De overheid komt belastingplichtigen tegemoet in box 3. Je betaalt straks mogelijk minder belasting als je kunt aantonen dat je werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement.
Wie?
Belastingplichtigen met vermogen in box 3 – dus ook ondernemers met privébeleggingen of spaargeld.
De regeling geldt:
- Vanaf 2021: voor iedereen met box 3-inkomen.
- Over 2017-2020: alleen als je op tijd bezwaar hebt gemaakt of een verzoek tot vermindering hebt ingediend.
Let op: niet-bezwaarmakers zijn vooralsnog uitgesloten, tenzij de Hoge Raad in hun voordeel beslist.
Wat?
Je krijgt de mogelijkheid om je werkelijke rendement aan te tonen via het formulier ‘Opgaaf Werkelijk Rendement’ (OWR).
Daarbij telt:
- Rente, huur, dividend
- Waardestijgingen van bezittingen (ook als je nog niet hebt verkocht)
- Onttrekkingen tellen mee, stortingen niet
Je betaalt belasting over het laagste van deze drie opties:
- Oude forfaitaire methode (vanaf 2017)
- Nieuwe forfaitaire methode (van af 2023)
- Je eigen aangetoonde werkelijke rendement (als dat lager is en je dat bewijst)
Ook relevant
- Tot 2026 telt het gebruik van een onroerende zaak (zoals een tweede woning) niet mee voor de belasting in box 3.
- Vanaf 2026 wordt het voordeel van een onroerende zaak (zoals een tweede woning) bepaald op basis van wat je zou kunnen verdienen als je het verhuurt.
- Als je je huis verkoopt, wordt de waardestijging eerlijk verdeeld tussen jou en de koper, afhankelijk van wanneer de verkoop plaatsvindt.
- Bij het berekenen van je werkelijke rendement mag je alle rente over je schulden aftrekken, zonder beperking.
- De belastingvrijstelling voor duurzame, groene beleggingen blijft ook gelden als je werkt met het werkelijke rendement.
Wanneer?
- Met terugwerkende kracht vanaf 2017 (als je bezwaar of verzoek op tijd is ingegaan).
- Vanaf 2023 kun je jaarlijks kiezen voor de voordeligste methode: forfaitair of werkelijk rendement.
- Invoering vanaf oktober 2024
- Definitieve belastingaanslagen vanaf eind 2025